Iedere leerling heeft recht op onderwijs dat zo goed mogelijk aansluit bij het leer- en ontwikkelingsniveau van de leerling en mogelijk opleidt tot een volwaardig diploma. Het is de taak van het onderwijs leerlingen voor te bereiden op de samenleving zodat iedere leerling later redzaam is en zijn of haar leven zo zelf vorm kan geven. Op dit moment is het voor leerlingen met een beperking of met gedrag/psychiatrische problematiek onvoldoende het geval. Met name bij de diplomagerichte leerwegen binnen het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) is de situatie onhoudbaar. Omdat het werk in het VSO vakinhoudelijk gelijk is aan het werk in het regulier voortgezet onderwijs (VO), vragen wij de regering middels dit manifest om het huidige VSO te hernoemen naar gespecialiseerd voortgezet onderwijs (GVO) en deze scholen te laten vallen onder het VO, zowel qua wetgeving als cao.  

In het VSO wordt lesgegeven aan leerlingen die het in het reguliere onderwijs niet redden. De problematiek van de leerlingen binnen het VSO is zeer divers en verschilt per stroming. Op dit moment is het VSO opgedeeld in vier stromingen:   

  • Cluster 1: blinde, slechtziende kinderen;   
  • Cluster 2: dove, slechthorende kinderen en kinderen met een communicatieve beperking;   
  • Cluster 3: motorisch beperking, verstandelijke beperking/leerproblematiek en langdurig zieke kinderen;   
  • Cluster 4: kinderen met ernstige gedragsstoornissen en/of psychiatrische problematiek.   

 Bij veel leerlingen is sprake van een combinatie van beperkingen.   

Het niveau loopt binnen het VSO uiteen van dagbesteding tot vwo, waarbij het doel is om leerlingen waar mogelijk een volwaardig diploma behalen. Daarnaast wordt er gewerkt aan vaardigheden die nodig zijn om zo volwaardig mogelijk deel te nemen aan de samenleving. Het VSO is van onschatbare waarde, omdat leerlingen in een veilige leeromgeving door gespecialiseerde docenten en ondersteuners het best mogelijke onderwijs geboden wordt. 

 Om leerlingen met een beperking, psychiatrische of gedragsproblematiek te ondersteunen hebben we vakdocenten nodig die vakinhoudelijk dezelfde kwaliteiten hebben als in het reguliere VO, omdat wij tot dezelfde diploma’s opleiden. Daarnaast moeten docenten over zeer goede pedagogische en didactische kwaliteiten beschikken. Daarbij hebben de docenten ook specifieke kennis en vaardigheden om met de betreffende doelgroep binnen het cluster om te gaan. Naast de lesgevende taken zijn er ook veel coachende taken die veel kennis en kunde vragen. Ook vraagt elk cluster zijn eigen specialisatie om te werken aan de vaardigheden die nodig zijn om het te redden in de samenleving. Daarmee is het VSO gespecialiseerd voortgezet onderwijs (GVO) en zullen wij dit vanaf nu ook zo noemen.   

 In de huidige situatie is het zo dat docenten in het GVO vallen onder de cao primair onderwijs (PO). Dit houdt het volgende in:  

  • Aan docenten worden veel minder vakinhoudelijke eisen gesteld (formeel mag je met een pabodiploma 6vwo natuurkunde geven)  
  • Ook bij gelijke bevoegdheid of gelijke taken wordt het personeel in het gespecialiseerd VO minder betaald dan in het regulier VO  
  • Waar een docent in het VO 720 lesgebonden klokuren maakt.  Maakt een docent in het GVO 940 lesgebonden klokuren. Daarbij krijgt een docent in het VO voor voor en na-werk bijna twee keer zoveel tijd om lessen voor te bereiden en leerlingen buiten de lessen om te begeleiden. Dit terwijl het dezelfde lessen zijn en er meer begeleiding nodig is.   
  • In het reguliere VO geldt dat een extra opleiding of specialisatie leidt tot een hogere salarisschaal. In het GVO is dit niet de standaard (waar docenten vaak wel een extra specialisatie hebben, bijvoorbeeld een master SEN).   
  • In het reguliere VO worden de lesboeken bekostigd, binnen het GVO moeten scholen zelf alle lesboeken voor alle leerlingen bekostigen omdat daar géén aparte bekostiging voor is. 

Daar tegenover staat dat er gewerkt wordt met leerlingen met zeer complexe beperkingen. Doordat leerlingen op de hogere niveaus les mogen krijgen van docenten met minder vakinhoudelijke kennis creëer je kansenongelijkheid. Ook het halen van een 1e of 2e graads bevoegdheid levert binnen het GVO geen extra salaris op. Deze ongelijkheid komt ook voor bij de salariëring van alle OOP’ers (orthopedagogen, pedagogisch medewerkers, leidinggevenden, conciërges etc…). 

De positie van de huidige VSO scholen maakt het moeilijk om zelf een diplomalicentie te krijgen omdat VSO scholen formeel onder de sector PO vallen. Een deel van de leerlingen is afhankelijk van de staatsexamens, omdat gespreid certificaten behalen mogelijkheden biedt tot een volwaardig diploma. Voor een ander deel van deze leerlingen zouden reguliere examens meer rust geven: de schoolexamens tellen dan ook mee waardoor er meer spreiding is in de tijd en er meer meetmomenten ontstaan net als in het reguliere VO. Dit maakt de overstap naar regulier onderwijs makkelijker.   

 

In artikel 28 van het internationaal verdrag voor de rechten van het kind staat dat: “Het onderwijs moet aansluiten bij de belevingswereld en het leerniveau van ieder kind. De kwaliteit van onderwijzers en leerkrachten dient hoog te zijn en er moet aandacht zijn voor voldoende uitdagend lesmateriaal en leermethodes.“   

Door over te stappen naar de cao VO en ook onder deze regelgeving te gaan vallen, zal het voor besturen makkelijker worden om mensen aan te trekken die vakgericht onderwijs aanbieden. Op dit moment is het niet lonend om 1e of 2e graads docenten aan te nemen en hogere niveaus aan te bieden. Als gevolg hiervan worden de hogere niveaus ook bijna niet aangeboden met als resultaat dat de cognitief sterkere leerling met een beperking veelal ver onder zijn of haar niveau les krijgt. Wij zien dat leerlingen die ver onder hun niveau les krijgen, gaan onderpresteren, vaker gedragsproblematiek ontwikkelen en er vroegtijdige schooluitval ontstaat. Om het later goed in de samenleving te kunnen redden, is het van belang dat deze vaardigheden zich goed blijven ontwikkelen.  

  Wij willen de erkenning dat er binnen het GVO gespecialiseerd VO wordt aangeboden. Daarom willen we dat er binnen de lerarenopleidingen meer aandacht gegeven wordt aan leerlingen met een beperking. Daarbij is het van belang om binnen de bestaande opleidingen specialisaties die nodig zijn voor de verschillende clusters ook aangeboden worden. Daarnaast kunnen wij in deze positie beter aansluiten bij het VO waardoor leerlingen makkelijker kunnen doorstromen naar het reguliere (vervolg) onderwijs.   

Leerlingen met een zorgvraag vallen binnen het reguliere VO binnen de wet passend onderwijs. De evaluatie van de onderwijsraad van de wet passend onderwijs maakt pijnlijk duidelijk dat de meest kwetsbare leerlingen vaak te laat op de juiste plek terecht komen. Leerlingen in het reguliere VO krijgen niet altijd die zorg die nodig is. Ook blijft de tijdige signalering en ondersteuning vaak uit en lopen leerlingen tegen een gebrek aan acceptatie door docenten en medeleerlingen waarmee ze de veiligheid missen die er wel in het GVO is. Hierdoor zie je dat de cognitieve ontwikkeling stagneert en het aantal thuiszitters en de duur dat leerlingen geen onderwijs volgen steeds meer toe neemt. Door docenten in het reguliere VO wordt de wet passend onderwijs als enorme belasting gezien. Ze zien zich in grote klassen geconfronteerd met zeer complexe gedrags- en of psychiatrische beperkingen bij sommige leerlingen waar de tijd ontbreekt en ze de specialisatie missen om deze leerlingen te ondersteunen. Daarmee is de belasting van deze leerlingen voor docenten in het reguliere onderwijs enorm met uitval onder docenten in het VO tot gevolg.   

 

Wij vinden het van belang dat het lesgeven binnen deze bijzondere doelgroep wordt erkend en gelijk wordt beloond en gewaardeerd als het reguliere VO. De leerkrachten die hier werkzaam zijn, zijn allen gespecialiseerd op zowel pedagogisch als didactisch gebied. Door de huidige cao is het voor docenten die bevoegd zijn en in staat zijn om met deze doelgroepen te kunnen werken, niet aantrekkelijk. Om te werken in het GVO en kunnen besturen deze docenten ook nog eens niet bekostigen.  We willen dus de cao die logischerwijs bij ons past. 

Alleen onder de cao VO kunnen wij gespecialiseerd voortgezet onderwijs geven waar onze leerlingen recht op hebben. Hierdoor krijgen docenten de mogelijkheden die ze ook in het regulier VO krijgen en wordt het GVO een aantrekkelijke onderwijssector om te werken.  

 

Wij zijn van mening dat al onze leerlingen even goed onderwijs verdienen als de leerlingen in het reguliere VO. Een beperking of gedrags- of psychiatrische problematiek mag geen reden zijn om de kans ontnomen te worden om je optimaal te ontwikkelen.